- Wever en inpakker in een fabriek in Gent
- Geboren op 21.9.1859 te Gent. Getuige : Carolus De Baets
- Gehuwd op 31.5.1884 te Gent met Maria-Theresia Stevens, 7 kinderen
- Overleden op 13.12.1934 te Gent
- Woont in het centrum van Gent in arbeidersbuurt
- Zijn vrouw komt uit een familie van metaalbewerkers en werkte als kind van
10 jaar in een textielfabriek. Zij is één van de eerste leden van
de coöperatieve Vooruit
- Twee kinderen sterven jong: Oscar op 2-jarige leeftijd en Maria op 7-jarige
leeftijd
- Begin van de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) wanneer Alexander 55 jaar is
- Het gezin leeft feitelijk gescheiden vanaf 1920
- Totale verpaupering van Alexander
- Hij verdrinkt in de Leie te Gent
Alexander is op 21.9.1859 te Gent geboren in het ouderlijk huis in de
Druifstege (Zie opmerking over de straatnaam Druifstege bij X.1 Carolus Franciscus)
Zijn vader Carolus Franciscus is op dat ogenblik 53 jaar en zijn moeder
Amelia De Lombaert 37 jaar. De eerste getuige is een Carolus De Baets,
32 jaar wonende te Wondelgem van wie wij de familieband (nog) niet kennen. De
tweede getuige is Andreas Spaey, 48 jaar, wonende op de "Arteveldeplaets".
Hij is ook getuige bij de aangifte van de geboorte van XI.2 Maria Theresia
en XI.4 Petrus. We kennen het familieverband nog niet.
Geboorteakte van Alexander De Baets
Tekst van de geboorteakte:
In de marge:
De
Baets
3113
Gehuwd te Gent den 31
Mei 1884 met Maria
Theresia Stevens
Overleden te Gent den
13 december 1934
2458
In het jaer achttienhonderd negen-en-vijftig, dentweeentwintigsten
September, ten drij uren na-middag, voor ons ondergetekenden Schepen,
Armand De Leu, gedelegeerden ambtenaer van den burgerlijken stand der
stad Gent, provintie Oostvlaenderen, is gecompareerd Carolus Franciscus
De Baets, oud drij en vijftig jaren, wever, woonende in de Druif
stege, dewelken ons heeft vertoond een kind van het mannelijke
geslacht, aldaer geboren gister ten drij uren namiddag, van hem
verklaerder en van Amelia De Lombaert, oud zeven en dertig
jaren, zijne huisvrouwe, en waer aen hij verklaert te willen
geven de voornaam van Alexander; Deze verklaring en
vertooning gedaen in de tegenwoordigheid van Carolus De Baets
oud twee en dertig jaren, woonende te Wondelghem, en van
Andreas Spaey, oud acht en veertig jaren, woonende op de
Arteveldeplaets. Waarvan Akte, welke wij, na voorlezing hebben
onderteekend, de vader en de getuigen hebben verklaerd niet te
kunnen als ongeleerd. Daglooners renvoi in de dertienden regel is goedgekeurd.
A. De Leu
We bekwamen van Gustaaf Nicaese ook een handgeschreven uittreksel,
gedateerd 8 mei 1884 en dat Alexander moest halen om te huwen. Uittreksels
uit de akten van burgerlijke stand moesten nog met de hand geschreven worden.
Inderdaad, er bestonden nog geen schrijfmachines (die werden slechts in 1893 in
de V.S.A. uitgevonden door Blickenderfer) en zeker geen fotokopietoestellen.
Alexander heeft een militaire dienstplicht moeten vervullen, vermoedelijk
rond het jaar 1878. Op dat ogenblik gebeurt dit nog bij loting. De rijkere burgerzonen
die uitgeloot waren, konden hun legerdienst nog laten vervullen door een jongen
uit een armer gezin die niet uitgeloot was en aan wie zij een niet onbelangrijke
som geld moesten betalen.
Vooral de Socialisten in de Regering maakten enkele jaren later, tijdens de
Regering Bernaert
(26 oktober 1884 - 17 maart 1894) van de afschaffing van het lotelingensysteem
een programmapunt.
In zijn "Catéchisme du Peuple" van maart 1886, die onder
de titel "Volkscatechismus" was vertaald, leerde de Socialist Alfred
Defuisseau het volgende aan (3de les):
Vraag : "Wat is een soldaat ?"
Antwoord : "Het is een arme duivel, die men onttrokken heeft aan het veld,
dat hij beploegt, aan het werkhuis, dat hij verrijkt, om hem ene soldatenkapot
op de rug te werpen en hem voor drij jaren in een kazerne te begraven"
Vraag : " Wat heeft de ongelukkige dan misdaan om zo behandeld te worden
?"
Antwoord : "Hij heeft in de soldatenloting een slecht nummer getrokken,
wat heel zeker zijne schuld niet is"
Vraag : " Moeten de rijken ook soldaat worden ?"
Antwoord : "Oh ! Neen. De rijken, die de wet maakten, hebben haar zodanig
opgesteld dat zij maar de armen treft".
We weten natuurlijk niet of Alexander pech gehad heeft bij de loting
of de legerdienst van drie jaren in de plaats van iemand anders heeft verricht.
Lotingsbriefje voor de militaire dienstplicht. Met een dergelijk hoog nummer
ontsnapte men aan de legerdienst, met een laag nummer moest men drie jaar legerdienst
verrichten.
Illustratie uit "Politieke Geschiedenis van België" Dr. Theo
Luykx - Rijksuniversiteit Gent
De som die de rijke burgerzoon, die een klein nummer getrokken had, moest
betalen aan een armere jongen, die meer geluk had en een hoog nummer getrokken
had, om deze laatste de legerdienst in zijn plaats te laten vervullen, was voor
die tijd zeer aanzienlijk.
In 1881 bijvoorbeeld is dit 1.900 frank waarbij nog eens 800 frank aan de Staat
moest gestort worden om de vrijstelling van de legerdienst te bekomen. Er werd,
door bemiddeling van een officieel agentschap een contract tussen de twee jongens
opgesteld, zoals het hieronder afgebeelde document.
Voorbeeld van een contract van vervanging voor de legerdienst. In die tijd
zijn alle officiële stukken uiteraard in het Frans.
Illustratie uit "Politieke Geschiedenis van België" Dr. Theo
Luykx - Rijksuniversiteit Gent
Van Alexander beschikken we over een foto in uniform.
Wij gingen op 1 augustus 2002 te rade bij de Heer Lierneux van het Koninklijk
Museum voor Krijgsgeschiedenis te Brussel.
Eerst en vooral moet de oorspronkelijke oude foto in spiegelbeeld afgedrukt worden,
zoniet is de vest van het uniform in de verkeerde richting geknoopt en kijkt
Alexander in een ongewone richting. De foto hierna houdt rekening met dat
advies en is dus juist afgedrukt.
Voor wat het uniform betreft, het gaat over "de grote tenue" maar men kan
op de foto de onderkant van de mouw waarop de graad gedragen werd, niet zien.
Alexander is dus waarschijnlijk soldaat anders had hij zijn graad op de
mouwen wel laten zien.
Er is ook geen hoofddeksel waardoor de eenheid niet juist te achterhalen is. Het
symbool van de eenheid werd ook op de knopen afgebeeld. De foto is echter te onduidelijk
om iets te kunnen herkennen op de knopen. Onder de vest draagt men een zwart onderhemd
met ronde kraag om de kraag van het uniform niet te bevuilen.
Voor het model van dit "grote tenue" zijn er twee mogelijkheden:
het model 1871 van de Linie-Infanterie, ingevoerd bij Koninklijk Besluit
van 30 mei 1871.
De kleur is dan donker blauw met een rode "chenille" op het schouderstuk en rode
biezen aan dit schouderstuk
het model 1872 van de Karabiniers en van de Jagers te Voet, ingevoerd bij
Koninklijk Besluit van 31 januari 1872.
De kleur is dan donkergroen met een donkergroene "chenille" op het schouderstuk
en een iets bleker groene bies op het schouderstuk.
Voorlopig weten we dus dat Alexander soldaat was hetzij bij de Linie-Infanterie,
hetzij bij de Karabiniers of bij de Jagers te Voet. Dit zou verder kunnen opgezocht
worden in de stamboekregisters van de verschillende Linie-infanterieregimenten,
de Karabiniers en de Jagers te Voet uit de periode 1871 tot bijvoorbeeld 1875
in het Documentatiecentrum van het Museum voor Krijgsgeschiedenis.
Alexander als loteling omstreeks 1878
Alexander is inpakker van beroep, 24 jaar oud, woont bij zijn ouders
Kleine Ram (Klein Raamhof), als hij op 31.5.1884 huwt met de drie jaar oudere
Maria- Theresia Stevens, een fabriekswerkster wonende in de Luxemburgstraat
in Gent. De ambtenaar noteert voor Alexander "minderjarig" want
men werd slechts meederjarig op de leeftijd van 25 jaar! Maria-Theresia
is echter reeds "meerderjarig". Zij is dan inderdaad reeds 27 jaar oud.
De Luxemburgstraat geeft het Klein Raamhof uit. De verloofden woonden dus slechts
enkel huizen van elkaar verwijderd.
Maria-Theresia werd te Gent geboren op 14.1.1857 als dochter van Carolus
Leopoldus Stevens, een rijtuigmaker uit Namen en van Joanna Francisca Soens.
Handgeschreven uittreksel uit de geboorteakte
van Maria-Theresia Stevens opgesteld op 8 mei 1884, nodig om in het huwelijk
te treden met Alexander De Baets
Maria-Theresia had op 29 januari 1862 (zij was toen slechts vijf jaar
oud), haar moeder Joanna Francisca Soens verloren.
Waar Alexander overal gewerkt heeft kunnen we niet achterhalen. Wel
wist Gustaaf Nicaese (kleinzoon van Alexander, zoon van Elvire
De Baets) op 4 maart 2001 te vertellen dat Alexander gewerkt heeft
in de Gentse firma "Cirage Rinskopf Aimé", een fabrikant
van schoensmeer "den schoenblink van Rinskopf" wel bekend bij de oude Gentenaars.
Op de volgende foto zijn we praktisch zeker dat Alexander staat op
de achterste rij in het midden. Vergelijk die foto met de, nu in de juiste richting
afgedrukte foto van Alexander in uniform hierboven.
Het (grotendeels jeugdige) personeel van de Gentse boenwas en schoensmeerfabriek
"Cirage Rinskopf Aimé" waar Alexander gewerkt
heeft.
Foto uit "Door Arm Vlaanderen" Auguste De Winne – Uitgeverij
Halewijck 2001.Oorsprong van de foto: Archief en Museum van de Socialistische
Arbeidersbeweging (AMSAB) te Gent.
Maria-Theresia Stevens werkte reeds als kind van 10 – 11 jaar in de
Textielfabriek F. Claes – De Cock "La Lys" in de "natte continu’s".
Zij was ongeletterd. Zij vertelde aan Gustaaf Nicaese dat ze in de winter
’s morgens vroeg op klompen te voet naar de fabriek trok.
Kinderarbeid was nog algemeen gangbaar. Zelfs wanneer in januari 1872, Maria
Theresia is dan al 15 jaar oud, de radicaal-liberale Brusselse volksvertegenwoordiger
Dr. Vleminckx voor de eerste maal een wetsvoorstel bij de kamer van Volksvertegenwoordigers
indient om de toegelaten leeftijdsgrens voor kinderen te verhogen tot 14 jaar
voor de jongens en 15 jaar voor de meisjes, vindt het Kamerdebat hierover slechts
zes jaar later plaats in 1878. Tezelfdertijd werd een amendement ingediend dat
de arbeid in de mijnen voor alle vrouwen zou verbieden.
Het werd in de Kamer der Volksvertegenwoordigers verworpen met 86 tegen 5 stemmen
bij 1 onthouding. Ook tegen het voorstel van Dr.Vleminckx werd door de grote meerderheid
van de Kamer stelling genomen. Beernaert, die partijganger was van dit voorstel,
diende een amendement in om toch iets te bekomen. Hij bracht in dit amendement
de leeftijdsgrens terug op 12 jaar voor de jongens en 13 jaar voor de meisjes.
Dit voorstel werd dan door de Kamer aanvaard met 53 tegen 27 stemmen (zowel
Katholieken als Liberalen hadden verdeeld gestemd). De eerste zeer bezadigde wet
op de reglementering van de arbeid kon echter niet doorgaan. Inderdaad de Senaat
verwierp het voorstel op 14 mei 1878 met 23 tegen 10 stemmen bij 1 onthouding!
In de winter 1880-1881, wanneer Maria-Theresia 24 jaar oud is, wordt
in Gent door de socialistische voorman Edward Anseele, de coöperatieve maatschappij
"Vooruit" opgericht die in het voorjaar 1881 goed begint te draaien.
Traditioneel wordt de oprichting van "Vooruit" in Gent gezien als het startschot
voor de uitbouw van de (socialistische) coöperatieve beweging in België.
"Vooruit" had de rechtsvorm van samenwerkende maatschappij of coöperatieve
vennootschap, een vorm van handelsvennootschap waarbij het kapitaal gevormd wordt
door aandelen die op naam en niet overdraagbaar zijn aan derden.
Edward Anseele (° Gent 06.07.1856 - + Gent
18.02.1938).
Grondlegger van de socialistische organisatie in Gent, waaronder
de coöperatieve bakkerij Vooruit et het gelijknamige dagblad,
de eerste socialistische krant in België
Maria Theresia Stevens werd ingeschreven bij "Vooruit" op 7 september
1886.
Zij is dan 29 jaar oud en heeft haar twee eerste kinderen Martha, geboren
op 4 augustus 1884 en Oscar, geboren op 26 juni 1886 (maar reeds overleden
op 15 juni 1888).
Zij stortte hierbij één aandeel van 10 frank. In het inschrijvingsregister
wordt zij vermeld als "zonder beroep" en wonende Eedverbondkaai Nr 10. Dit adres
is echter van latere datum zoals we verder zullen zien. (Bron:
Archief en Museum van de Socialistische Arbeidersbeweging vzw" (Amsab) Instituut
voor Sociale Geschiedenis - Bagattenstraat 174 - 9000 Gent).
Zij was één van de eerste leden van die socialistische coöperatief
"Vooruit" en had het zeer kleine lidnummer 27 waarop zij zeer fier was. De leden
konden daar in een kruidenierswinkel levensmiddelen aankopen aan zo laag mogelijke
prijzen en kregen jaarlijks een "deelname in de winst".


De leden betaalden een brood met een "broodkaart": dit waren koperen
achthoekige munten. Hierboven een voorbeeld (voor- en achterkant).
Klik hier voor meer informatie over de Broodpenningen van Vooruit (Opent in een nieuw venster).
Men kan zich afvragen hoe het komt dat zij, alhoewel slechts ingeschreven
zes jaar na de oprichting van de coöperatieve, toch zo een klein nummer had. Van
de vzw Amsab, de Heer Jan Laplasse, wetenschappelijke medewerker, kregen we de
volgende verklaring :
"De inschrijving van Maria Theresia Stevens in 1886 onder het nummer
27 is helemaal geen mysterie. Aandeelhoudersnummers of lidnummers waren niet exclusief
voorbehouden aan één persoon. Kwam iemand te overlijden of nam iemand
ontslag, dan werd de naam in het register geschrapt en kreeg iemand anders datzelfde
nummer. Zo zie ik dat de aandeelhouder met het nummer 1 iemand is die ingeschreven
is in 1907 ! Bovendien dateert het bij ons bewaarde register van Vooruit niet
uit 1880 of 1881 maar het werd wellicht enkele jaren later (retroactief) ingevuld.
Dit gebeurde dan op basis van oudere registers die blijkbaar niet meer voor ons
bewaard zijn gebleven".
Uit het feit dat haar vermelde adres Eedverbondkaai Nr.10 is, waar zij na de
feitelijke scheiding met Alexander begin de jaren 1920 woonde, kan men
dus afleiden dat het register na 1920 overschreven werd uit oudere registers.
In 1913, op 56-jarige leeftijd volgde zij ook nog lessen in rekenen en schrijven
in de stedelijke avondschool van de Kortrijksepoortstraat. Haar persoonlijk schrift
met haar oefeningen rekenen en spellen werd door Gustaaf Nicaese afgestaan
aan het museum van het stedelijk onderwijs in het Klein Raamhof.
Met coupons van stoffen afkomstig van bij de firma Franchomme waar haar dochter
Elvire werkte, maakte zij broekjes voor de kinderen van minder gegoede
ouders. Zij kon dat uitstekend en kon er veel maken op korte tijd.
Maria Theresia Stevens
Even uitweiden over de familie van Maria Theresia Stevens :
Alhoewel vermeld wordt dat haar vader Carolus Leopoldus Stevens uit
Namen afkomstig is, is hij wel in Gent geboren op 20.11.1831 en haar moeder Joanna
Francisca Soens is eveneens in Gent geboren op 12.11.1830. Zij huwden in Gent
op 23.4.1856. Carolus Leopoldus Stevens is dan "wagenmaeker" en
woont op het Prinsenhof, zijn vrouw Joanna Francisca Soens is fabriekwerkster
en woont in dezelfde straat (hetzelfde adres ?). Zij is de dochter van een schipper
Livinus Soens. Voor de ambtenaar van de burgerlijke stand verklaren zij
dat zij reeds een zoon te hebben, Petrus Soens, geboren te Ertvelde op
23.3.1850 en dat zij willen wettigen. Getuige is onder meer Petrus Soens
(22 jaar), schipper (zoals zijn vader Livinus Soens), broer van de bruid
Joanna Francisca.
De gewettigde zoon Petrus Soens, krijgt dus de familienaam (Pieter)
Stevens. Hij zal huwen met Paulina Neirinck en schielijk overlijden
te Gent op 18 januari 1931.
We vonden zijn doodsprentje dat we hieronder afdrukken :
Gustaaf Nicaese vertelde dat hij als kind Pieter Stevens "nonkel
Pier" goed gekend heeft. Hij was smid en wagenmaker. Hij had de gewoonte om op
zondag voormiddag een bezoek te brengen aan zijn zuster Maria-Theresia
op de Eedverbondkaai en kwam daar een "druppel" (jenever) drinken. Hij woonde
in de buurt van de Meulesteedsesteenweg waar hij zijn smidse had niet ver van
de Muidepoort in de Loodsenstraat. Hij had een zoon Polydoor die eveneens
wagenmaker was en die zijn zaak verder zette. Carolus Leopoldus Stevens
en Joanna Francisca Soens hadden nog een zoon Louis Stevens die
gehuwd was met Mélanie Volckaert. Zij hadden zeker twee dochters
: Mireille Stevens en Marie-Louise Stevens en ook verschillende
zonen. Zij woonden in Loos-lez Lille in de rue Faidherbe Nr.9.
Van Léon De Baets, halfbroer van Roger De Baets (volgt
sub XIII), kregen we onderstaande, spijtig genoeg onscherpe, foto’s genomen
op het strand te Calais op 7 augustus 1932.
Van links naar rechts Raymond De Baets (volgt sub XII),
vóór hem Léon De Baets, zoon van Raymond uit
zijn
tweede huwelijk Mireille Stevens, Marie-Louise Stevens
Van links naar rechts Mireille Stevens, Marie-Louise
Stevens, Raoul
De Baets, zoon van Raymond uit zijn eerste huwelijk, Léon
De Baets.
Raoul De Baets, een van de zonen van Raymond De Baets (volgt
sub XII), was verliefd op Marie-Louise Stevens. Hij zal echter,
zoals we later zullen zien bij Raymond XII, huwen met Marguerite Vache.
Marie-Louise Stevens zal later mondkanker krijgen en aan Raoul zeggen
"Ziet ge wel dat ge er goed aan gedaan hebt niet met mij te trouwen". Zij stierf
te Loos op 30 maart 1946, nauwelijks 42 jaar oud.
Uit de hierna afgedrukte rouwbrief kunnen we opmaken dat ze verschillende
broers had.
Haar zuster Mireille werd kloosterzuster.
Mireille Stevens, dochter van Louis Stevens (broer
van Maria Theresia Stevens).
Zij was "Soeur Théodosia" - Avenue de Gentilly te Maxeville (Meurthe et
Moselle).
Het moederhuis was gelegen 59bis Avenue de Paris te Versailles. (Foto uit 1945.)
Zij zou normaal haar noviciaat beëindigd hebben in augustus 1933. Wegens
een slepende ziekte gebeurde dit echter slechts op 11 mei 1934 in Versailles.
In het archief van Gustaaf Nicaese is er een brief die zij vanuit Versailles
bij die gelegenheid stuurt naar tantes, neven en nichten om die op de plechtigheid
uit te nodigen. Zij dringt speciaal aan op de aanwezigheid van Delphine Ghesquière,
het dochtertje van Martha De Baets en Karel Ghesquière.
Mélanie Volckaert, echtgenote van Louis Stevens, overleed
op 80-jarige leeftijd te Loos op 7 november 1941.
Victor Stevens, was ook een zoon van Carolus Leopoldus Stevens
en halfbroer van Maria-Theresia Stevens. Hij heeft enkele muziekstukken
gecomponeerd die destijds een uitvoering hebben gekend in socialistische middens,
onder meer door de Harmonie van de "Vooruit" maar waarvan verder geen bekendheid
is gebleven. Hij is jong gestorven.
Victor Stevens, een van de zonen van
Carolus Leopoldus Stevens, geboren te Gent op 19 maart 1868.
De ouders van Carolus Leopoldus Stevens, vader van Maria Theresia
Stevens waren : Antonius Judocus Stevens, waarschijnlijk geboren vóór
1810 en reeds overleden op 23.4.1856 bij het huwelijk van zijn zoon met Joanna
Francisca Soens, en Francisca Jacoba Roelandts. De ouders van Joanna
Francisca Soens, moeder van Maria Theresia Stevens waren Livinus
Soens (schipper van beroep - was nog in leven op 23.4.1856 datum van het huwelijk
van zijn dochter met Carolus Leopoldus Stevens en op 29.1.1862 overlijden
op 31-jarige leeftijd van zijn dochter Joanna Francisca). Haar moeder was
Joanna Antonia De Vetter. Zij was reeds overleden op 23 april 1856, datum
van het huwelijk van Carolus Leopoldus Stevens met Joanna Francisca
Soens.
We geven hierna de moeilijk leesbare huwelijksakte van de ouders van Maria
Theresia Stevens en de wettiging van het kind Petrus Soens als Petrus
Stevens.
Carolus Leopoldus Stevens en Joanna Francisca Soens huwen te
Gent op 23 april 1856 en erkennen bij dezelfde akte het kind Petrus dat
ondertussen reeds zes jaar oud is.
Huwelijksakte van Carolus Leopoldus Stevens en Joanna Francisca
Soens ouders van Maria-Theresia Stevens te Gent op 23 april 1856 en
wettiging van het kind Petrus Soens als Petrus Stevens
AKTEN VAN huwelijk In het jaer achttienhonderd zes en vijftig
den drijentwintigsten april
ten tien uren voormiddag voor ons ondergeteekende schepen
Eduardus van Pottelsberghe de la Potterie gedelegeerden officier
van den burgerlijken Stand der Stad Gent provintie Oostvlaender
zijn openbaerlijk ten Stadhuize gecompareerd Carolus Leopoldus
Stevens, oud vier en twintig jaren, wagenmaeker, geboren te Gent
den twintigsten november achttien honderd een en dertig en er
wonende in het prinsenhof minderjarigen zoon van de over
ledene Antonius Judocus en van Francisca Jacoba Roelandts
En Joanna Francisca Soens oud vijf en twintig jaren
fabriekwerkster geboren te Gent den twaalfden november acht
tienhonderddertig en er wonende in de voornoemd Straet
meerderjarige dochter van Livinus schipper te Gent, alhier
tegenwoordig en toestemmende en van wijlen Joanna Antonia De Vetter
welke comparanten ons hebben aangezocht over te gaan tot
de voltrekking van het huwelijk onder hun beraamd en waarvan de
afkondigingen zijn gedaen geweest ingevolge de wet op den dertienden
en twintigsten dezer ’s middags en geen tegenkantingen ons tegen
dit huwelijk kenbaar gemaakt zijnde regt doende op hun verzoek
hebben wij na gedane voorlezinge van alle de overgebragte stukken
en van het zesde Kapittel van den titel raekende het huwelijk van
den burgerlijken wetboek, aen de partijen gevraegd of zij elkanderen
verstaen te nemen voor man en vrouw, elk van hun beurtelings
geantwoord hebbende dat ja, verklaren wij uyt naem van de
Wet dat Carolus Leopoldus Stevens en Joanna Francisca Soens
door den huwelijksband vereenigd zijn. Verder hebben de compa-
ranten ons te kennen gegeven dat er van hun beide tot Ertvelde
op vijfentwintigste maert achttienhonderdvijftig geboren
is een kind genoemd Petrus Soens welcke zoon zij verstaan door
dit huwelijk te willen bewettigen waer op akte opgesteld ter
presentie van Petrus Soens, oud twee en twintig jaren schipper
broeder van de bruid, Ludovicus Roelants oud vijf en twintig jaren
zadelmaker, Carolus Sernaeve (?) oud drij en veertig jaren wapen-
maker, en Guillielmus Daquitus oud zeven en zestig jaren,
daglooner, de drij laatste geen familie alle vier woonende te
Gent, alles soo verklaerd welke akte wij na voorlezing met
den bruidegom, bruid’s vader en den derde getuigen onderteekend
hebben, alle andere verklaeren het niet te kunnen als ongeleerd.
Uittreksel uit de overlijdensakte van Joanna Francisca Soens, moeder
van Maria Theresia Stevens met de hand opgesteld op 8 mei 1884. Maria
Theresia had dat nodig om te kunnen huwen.
Nu verder over Maria Theresia Stevens en Alexander De Baets :
Bij het huwelijk van Maria Theresia Stevens met Alexander De Baets
is haar moeder dus reeds overleden (zij was haar moeder verloren toen zij vijf
jaar oud was).
Het huwelijk wordt voltrokken met als getuigen : Ludovicus Housiaux
uit Gent, 34 jaar, ijzerdraaier, zwager van Alexander en Emmanuel Roelandt(s)
uit Gent, 40 jaar, koperslager, vaderlijke oom van Maria-Theresia.
Huwelijksakte van Alexander en Maria Theresia Stevens
Tekst van de huwelijksakte :
In het jaar achttien honderd vier en tachentig, den een en dertigsten
Mei ten elf uren voor middag, voor ons Henricus Colson ambtenaar van den burgerlijken
stand der stad Gent, zijn openbaarlijk ten Stadhuize gecompareerd : Alexander
DeBaets, inpakker, geboren te Gent den een en twintigsten september achttien
honderd negen en vijftig en er wonende Kleine ram bij zijne ouders, minderjarige
zoon van Carolus Franciscus en van Amelia De Lombaert, beide zonder
bedrijf, beide alhier present en consenterende. En Maria Theresia Stevens,
fabriekwerkster geboren te Gent den veertienden Januari achttien honderd zeven
en vijftig, en er wonende Luxemburgstraat, meerderjarige dochter van Carolus
Leopoldus, rijtuigmaker te Namen, alhier present en consenterende en van wijlen
Joanna Francisca Soens
Welke ons aanzocht hebben over te gaan tot de voltrekking van het huwelijk
tusschen hen beraamd, en waarvan de afkondigingen zijn gedaan geweest ingevolge
de wet den achttienden en vijf en twintigsten dezer 's middags te Gent;
Geen tegenstand ons tegen dit huwelijk beteekend zijnde, recht doende aan hun
verzoek, hebben wij na voorlezing aan de partijen gegeven te hebben van de stukken
betrekkelijk hunnen staat en de pleegvormen des huwelijks, amsmede van het zesde
hoofdstuk, titel V, des Burgerlijken wetboeks : VAN HET HUWELIJK, aan de partijen
gevraagd of zij elkander verstaan te nemen voor man en vrouw; elk van hun beurtelings
geantwoord hebbende ja, verklaren wij in Naam der Wet dat zij door den huwelijksband
vereenigd zijn.
Alle de neergelegde stukken zijn behoorlijk geparapheerd. Waarvan akte opgesteld
ter presentie van Ludovicus Housiaux, oud vier en dertig jaren, ijzerdraaier,
zwager van den bruidegom, Emmanuel Roeland, oud veertig jaren, koperslager,
vaderlijken oom van de bruid, Martinus Van Den Kerckhove, oud vier en dertig jaren,
schoenmaker en van Josephus Debeers oud zes en veertig jaren, kamslager, beide
geene familie, alle vier te Gent. Welke akte wij na voorlezing, met de bruid,
haren vader, den eerste en de twee laatste getuigen hebben onderteekend, al de
anderen hebben verklaard het niet te kunnen als ongeleerd.
M. Stevens
C.L.Stevens L. Housiaux
M V D Kerckhoven H. Colson
Trouwboekje van Alexander met Maria-Theresia Stevens
Het kerkelijk huwelijk wordt ingezegend door pastoor
De Sitter in de Sint-Michielskerk.
Zij gaan wonen in de Burgstraat Nr.67.
Een goed jaar na hun huwelijk wordt in Gent op 13 juli 1885 een grote plechtigheid
georganiseerd ter gelegenheid van de inhuldiging van een standbeeld ter ere van
de industrieel Lieven Bauwens die, zoals verhaald bij Carolus Franciscus,
vader van Alexander, aan de basis lag van de industrialisering van de textielnijverheid
in Gent. Welke bedenkingen zou Maria Theresia, die dan 28 jaar is, zich
bij die gebeurtenis gemaakt hebben, zij die reeds als kind op 10 jarige leeftijd
in de fabriek "La Lys" werkte?
"Soc.Linière de la Lys" waar Maria Theresia Stevens in
1867 als 10 jarig kind werkte. Boven in rode kleur aangeduid op een uittreksel
van de "Carte Topographique" Etbl. Ph. Vander Maelen uit 1850. Onder het overeenstemmend
deel van het huidige stadsplan van Gent.
Hoe dan ook, een aantal Gentse textielarbeiders hadden een decoratie gekregen
en een van hen nam bij die gelegenheid ook het woord. Wij konden niet aan de verleiding
weerstaan om de integrale tekst van die bombastische toespraak hierna integraal
weer te geven. De tekst geeft goed de tijdssfeer weer in Gent, bekend als "het
Manchester van het continent".
Klik hier als
u die toespraak wilt lezen
(Dit document opent in een nieuw venster)
Het eerste adres na het huwelijk :
Uit de bevolkingsregisters van Gent noteerde Gustaaf Nicaese, die tijdens
de Tweede Wereldoorlog op het Gentse stadhuis werkte, dat het gezin met de vijf
kinderen in de periode 1901-1910 (periode van de tienjarige volkstelling) gedomicilieerd
was in de Heyststraat Nr.20. De vroegere Heyststraat, later Heiststraat, heet
nu de Knokkestraat en vormt de verbinding tussen Smidsestraat en de Koningin Elisabethlaan
dicht bij het Sint-Pietersstation. In de periode 1911-1920 wordt dit adres vermeld
maar met huisnummer 26 (door een hernummering van de huizen) en ook Eedverbondkaai
Nr.10 tot en met de periode 1920-1930. Op dat adres wordt nog slechts één
kind vermeld, namelijk Elvire die slechts in 1919 zal huwen.
Hier duikt dus een belangrijke naam op : Stevens.
Dit geslacht, dat zoals blijkt afkomstig is uit Namen, ( de huwelijksakte vermeldt
Carolus Leopoldus Stevens, rijtuigmaker te Namen) ligt aan de basis van de
"carrossiers", die aanvankelijk koetsen en auto's met de hand vervaardigen.
De firmanaam Stevens is nu nog te zien op de achterste spatlappen van
vrachtwagens. In bovenstaande huwelijksakte wordt Ludovicus Housiaux, zwager
van de bruidegom, vermeld als ijzerdraaier. De andere getuige is Emmanuel Roeland,
een koperslager, vaderlijke oom van Maria Theresia Stevens.
Ludovicus Housiaux was gehuwd met de zeven jaar oudere zuster van Alexander,
namelijk Seraphina Isabella. Op dat huwelijk was Joannes Housiaux,
broer van Ludovicus getuige. Beroep : ijzerdraaier. Ook was Augustus
Housiaux, vaderlijke oom van de bruidegom getuige. Beroep : smid. Daarbij
komt nog ene Joannes Achterdenbosch met als beroep : monteerder.
Ook in de geboorteaktes van de kinderen van Alexander treffen we mensen
aan die in de metaalindustrie werken : bij Martha is Ludovicus Housiaux
peter, bij Raymond treffen we Petrus Stevens aan, rijtuigmaker;
bij Elvira wordt ene Leopoldus Roelandts, koperslager vermeld en
ook weer Ludovicus Housiaux, bij Henricus een "mekaniekmaker"
Henricus Navez.
Het ziet er dus naar uit dat er een belangrijke familieverband en -relatie
ontstaan was tussen mensen die in de metaalbewerking werkten, een economisch meer
interessante en lucratieve bedrijfstak dan de textiel.
Zou het kunnen dat al die mensen bij dezelfde firma werkten : de van Namen
naar Gent uitgeweken "carrossier" Carolus Leopoldus Stevens ?
Een van de zonen van Alexander zal in de leer gaan bij Stevens,
en koetswerkmaker (carrossier) worden, namelijk Raymond (volgt sub XII).
Handtekening van Alexander
Maria-Theresia Stevens wordt bijna 85 jaar en overlijdt op Nr. 131
van de Stroplaan op 9.4.1942 bij haar dochter Elvira De Baets (groottante
van de opsteller van deze familiegeschiedenis en bij wie hij tijdens de Tweede
Wereldoorlog soms verbleef). De zoon van Elvira, Gustaaf en zijn
verloofde Edith Boone, doen de aangifte van het overlijden. Zij werkte
toen op de Stadhuis op het Bureau Financiën. Zij was dus ter plaatse om samen
met Gustaaf de aangifte te doen.
Overlijdensakte van Maria-Theresia Stevens
Tekst van de overlijdensakte :
In het jaar negentienhonderd twee en veertig, den negenden April,
te zestien uur, na vaststelling, maken Wij, Désiré Cnudde, Ambtenaar
van den Burgerlijken Stand der stad Gent, de Overlijdensakte op van: Maria
Theresia Stevens, zonder bedrijf, geboren te Gent, den veertiende Januari
achttienhonderd zeven en vijftig, alhier overleden in haar woonst Stroplaan honderd
een en dertig, den negenden April om vijftien uur, weduwe van Alexander De
Baets, dochter van Carolus Leopoldus en van Joanna Francisca Soens,
beiden overleden.
Op de aangifte van den kleinzoon Gustaaf Nicaese, oud een en twintig jaar,
student, wonende Stroplaan honderd een en dertig en Edith Boone, oud vier
en twintig jaar, onderwijzeres, wonende Casinostraat zestien.
Deze akte werd dadelijk opgesteld en voorgelezen.
G. Nicaese E. Boone Cnudde
Maria Theresia Stevens op 85 jarige leeftijd.
Foto genomen waarschijnlijk kort voor haar overlijden in de
tuin van het huis Stroplaan 131 te Gent (nu Burggravenlaan 53).
Vervolg Alexander...